RADIO KOERS

‘Ik ga mee staan janken, hoor’ zei Mart Smeets. ‘Neen, doe maar niet, er is al genoeg ellende op de wereld!’

Ik was bijna 13, Gerrie Knetemann 34. Na een hoop ellende wint hij in 1985 de Amstel Gold Race en barst in tranen uit, vaderlijk omarmd door commentator Mart Smeets.

Kippenvel. Rillingen. Tranen.

Die middag wist ik het wel zeker: ik zou wielerverslaggever worden!

In Radio Koers vertrekt Christophe Vandegoor vanuit zijn tienerjaren en een kortstondig bestaan als een bescheiden jeugdwielrenner.

Braken door diep te gaan, ijlend. De blijvende herinnering aan die ene overwinning. Helaas verzeilt het talent in een tweede waaier.

Met een microfoon in de hand lukt het iets beter om aan de kop van het peloton te sleuren.

Live vanop een Alpentop in de Ronde van Frankrijk, aan de finish van de Ronde van Vlaanderen of vanuit de legendarische wielerbaan van Roubaix.

Sluit de ogen en luister.

Radio Koers is een ode aan de radio en de verbeelding!

Open de ogen en kijk.

In deze voorstelling vol wielerverhalen en muziek sleurt Vandegoor je live mee in een massasprint en geeft je tegelijk een uniek beeld achter de schermen van de koers. Op zoek naar kippenvel. Met de (bas)gitaar tussen de benen.

 

                                                     Agenda

 

04/10/2018 : Try-out in De Singer in Rijkevorsel (bijna uitverkocht)

https://www.desinger.be/nl/programma/4-10-2018/christophe-vandegoor

13/10/2018 : CC ’t Schaliken in Herentals. Een organisatie van Sporta Federatie en Stichting Van Clé (bijna uitverkocht)

http://www.schaliken.be/programma/radio-koers-te-gast

09/11/2018 : CC ’t Getouw in Mol (middagvoorstelling)

https://www.getouw.be/voorstelling/425648600/2/christophe-vandegoor

16/11/2018 : CC Zwaneberg in Heist-op-den-Berg

https://www.zwaneberg.be/e951/christophe-vandegoor

29/11/2018 : Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde

http://www.crvv.be

17/01/2019 : GC Den Egger in Scherpenheuvel

https://www.denegger.be/programma/christophe-vandegoor-radio-koers

13/02/2019 : CC De Velinx in Tongeren

https://www.develinx.be/radio-koers

19/04/2019 : CC De Ververij in Ronse

https://www.ronse.be/nl/cc-de-ververij

27/04/2019 : CC Palethe in Overpelt

http://www.palethe.be/nl/events/3262/christophe-vandegoor-radio-koers.html

 

 

 

 

 

 

Janker

Het is wellicht een beetje kort door de bocht, maar eigenlijk waren er alleen maar verliezers in Luxemburg. Mathieu Van der Poel, ontroostbaar na een steniging van zestig minuten. Wout van Aert, door de insinuaties en vooral zijn slag onder de gordel van Kevin Pauwels. De Belgische Wielerbond, stond erbij en keek ernaar. En vooral de veldritsport zelf, waarin renners, ploegleiders en managers over elkaar heen door de modder rolden, met het ene verwijt al cassanter dan het andere.

Terug naar vrijdagochtend, 9 uur. Zoals de traditie het wil organiseerde de wielerbond een persconferentie met alle profs. En ontbijt (maar stel u bij dat laatste niet teveel voor). Zeven profs nemen plaats voor een lange tafel, alleen Pauwels is te laat. Achteraf vernemen we dat hij, van pure stress, niet de juiste kledij heeft aangetrokken en hals over kop terug naar zijn kamer is gerend. Uiteraard zijn de eerste (en enige) vragen voor kopman Wout van Aert. Of ook hij, zoals Pauwels en  Van der Poel eerder die week, zijn medische gegevens op het internet wil zwieren? In de heilige naam van transparantie voor het wielrennen? (Lance Armstrong krijgt instant buikloop mocht hij het gehoord hebben). En wat hij (Van Aert) daarvan vindt? Het antwoord ‘vraag dat maar aan Kevin, die kan het toch goed uitleggen’, doet het gezicht van de inmiddels aangeschoven Pauwels zichtbaar verbleken. Het lichaam verstijft na die directe en persoonlijke hoek, zoals we nog maar zelden hebben gezien. Vijf minuten voor aanvang zagen we nochtans dat Van Aert een briefing kreeg van de pr-man van de federatie en van zijn ploegleiders Albert en Verstraeten. Maar het is duidelijk, de twitterrel is nog lang niet voorbij. En wanneer we bondcoach Rudy De Bie aan krantencollega’s horen verklaren dat veldrijden gelukkig een individuele sport is, kunnen we een pijnlijke lach helemaal niet meer onderdrukken! De coach van het sterkste (landen)blok die zijn eigen functie met één, weliswaar juiste, zin overbodig lijkt te maken…

Zaterdagmiddag wordt er opnieuw alarm geslagen bij de bondsmensen omdat beloftenrenster Laura Verdonschot voor en na de cross met een trainingsjasje van haar (privé)ploeg verschijnt. Wellicht heeft de Limburgse zelf daar niet eens bij stilgestaan, maar een officiële boete van 2000 euro is onderweg. Naar verluidt zou kledingsponsor Bioracer enige mildheid willen tonen omdat 2000 euro veel geld is voor zo’n jong meisje dat amper iets verdient met dat hossen door de bossen.

Maar we zitten nog altijd op de rollercoaster wanneer Sanne Cant iedereen opnieuw ophitst met de prachtige manier waarop ze kwelduivel Vos vloert. Wereldkampioene! ’s Avonds, zo rond zeven uur, verschijnt Cant niet voor een live-optreden in de journaals van VRT en VTM, af. Een etentje met sponsors krijgt voorrang. Sponsors zijn belangrijk, begrijp ons niet verkeerd, maar zouden die het ook niet leuk hebben gevonden dat Cant voor een gecumuleerd publiek van 2 miljoen journaalkijkers was verschenen? Zelfs voor een reclamepaneel met andere geldschieters, namelijk die van de federatie? De wielerbond had de rensters opgedragen om tot 19 uur in het hotel te blijven. Helaas zit het sportblok van Het Journaal sinds jaar en dag omstreeks 1930 uur… En dus was Sanne ribbedebie. Een gemiste kans om het vrouwencrossen te promoten, toch?

Tot slot dan die vaudeville met lekke banden, gebroken frames en kettingen en stukgeslagen versnellingsapparaten… Op een braakliggend terrein waar twee donkerrode schoorstenen nog levende getuigen zijn van de ijzerertsindustrie… Of had de UCI misschien gegokt op dit scenario met ontelbare lekke banden? Any publicity is good publicity, zoiets? Pech en valpartijen horen bij de sport, volledig mee eens. Als Nibali in een gevaarlijke afdaling in Rio niet de grond kust, wordt hij misschien Olympisch kampioen en niet Van Avermaet. Maar wat nu gebeurd is op WK veldrijden 2017 in Luxemburg, laat bij ons een zure en wrange smaak na. Op alle vlakken en dat is jammer. Er klopt iets niet wanneer het woord janker een leitmotief wordt. Er klopt iets niet wanneer renners elkaar pakken op karaktereigenschappen. Maar toe, laat ons dat dan toch weer een positieve draai geven omdat Van Aert intussen zijn excuses heeft aangeboden. Het leerproces naar volwassendheid.

Neen, het beeld van dit WK zijn voor mij de tranen van Thieu, net 22 jaar geworden, maar huilend in de armen van zijn vrienden en op het podium, leek hij amper 10. Jochie toch. En een dag later meldt hij bandenspanningsverlies met z’n auto. Op Twitter uiteraard. Kafka, dus toch.

Intussen is het wegseizoen opnieuw begonnen. Get used to it, maar vanaf nu tot en met 9 april zal het Tommeke, Tommeke en nog eens Tommeke zijn.

Verschenen op sportamagazine.be

Tourtoneel

Zelfs aan het einde van de Tour breken we nog altijd ons hoofd over de vluchtroutes die de bende van Hilaire Van der Schueren bijna dagelijks nam in de eerste week. Naar welk toneel keken we nu eigenlijk? Start, demarrage, 3 renners weg, peloton gaat plassen. Een hele namiddag geeuwend naar een kopgroep gapen die zonder slag of stoot mocht wegrijden. Meer dan ooit was het in deze Tour een punt van discussie. Meer dan ooit zagen we een schisma in het peloton, een opdeling tussen zij (renners uit kleinere ploegen die makkelijke publiciteit mochten rapen) en wij (de renners die daarvoor de goedkeuring verleenden maar voor de hogere doelen gaan). Hogere en lagere cultuur. Ultieme voldoening kan dat niet opleveren, dat maak je ons niet wijs. Een voldaan gevoel? Evenmin. Herbekijk de veelzeggende reactie van de Fransman Offredo na zo’n ontsnapping. Pure frustratie vanwege een minachtende houding van het peloton. Sportsociologen kunnen zich hierin vastbijten.

Ook deze momentjes zullen we onthouden:

-De ijzersterke Kwiatkowski die na een fikse kopbeurt letterlijk voet aan de grond zet op de steile Izoard.

-Peter Sagan, die de ochtend na zijn uitsluiting zonder geprepareerde tekst de pers te woord staat en een fan nog snel een handtekening geeft.

-Osteopaat David Bombeke, die, met een Sporzacamera in de rug tegen Greg Van Avermaet zegt dat Olli dat toch goed gedaan had. Olli is Oliver Naesen. Dat was het perfect afzetten van zijn Olympische trainingsmaat aan de voet van de slotpuist in Rodez. Vrienden over de teamgrenzen heen. Dan toch.

-Het ontbreken van strobalen op het tijdritparcours in Düsseldorf. Valverde heeft het geweten.

-De zogenoemde sprinttreinen die zich telkens van perron vergisten.

-Sagan die zijn concurrenten letterlijk op één been verslaat in Longwy.

-De finishfoto van Kittel en Boasson Hagen tussen de wijngaarden van de Bourgogne. Ik kan nog altijd niet zien wie er wint.

-Waarom heeft Landa de dubbel Giro-Tour wel goed verteerd en Quintana niet?

-Wat een machtsvertoon van Marcel Kittel in de sprint! Maar de blonde god kan echt geen brug over, zoals men zegt in het jargon.

-Rigoberto Uran, tweede in de eindstand maar wiens gezicht U nooit heeft gezien wegens immer verscholen achter de rug van een ander.

-Het amper gevulde voetbalstadion in Marseille, wat een anticlimax!

-En last but not least, alle interviews met Jan Bakelants.

En wat Thomas De Gendt en zijn strijdlust (20.000 euro is niet niks als beloning) betreft: de Tour is topsport met als doel het winnen van koersen en resultaten boeken. Een keiharde realiteit. De Gendt heeft in deze Tour niet gewonnen. De Franse bollenman Barguil wel, met twee ritoverwinningen én een bekroning als beste klimmer. Ook in etappes die Barguil niet heeft gewonnen, zat hij af en toe in een vlucht. Dus gestolen, zoals collega Jan Bakelants snedig ontleedde, heeft de Fransman die prijs voor de strijdlust niet. De Gendt heeft geanimeerd en gekruid, zoveel is zeker. Werden zijn dagelijkse tochten daarom een toneeltje, zoals Hugo Camps schreef? Een te strenge en licht minachtende formulering voor iemand die zijn ploeg publiciteit heeft bezorgd. En dat was in het geval van de Lottoploeg geen overbodige luxe. Vraag dat maar aan Lars Bak, Adam Hansen, Jürgen Roelandts en Marcel Sieberg. Drie weken lang onzichtbaar. Daarom begrijpen we de enorme frustratie van De Gendt maar al te goed.

Verschenen op sportamagazine.be

Een nieuwe lente

‘En kijk je er naar uit?’ vragen vrienden me wel eens, in de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen. In feite vragen ze me dat ieder jaar opnieuw. Ik moet mijn woorden dan een beetje wikken en wegen want eigenlijk is het not done om niet in superlatieven te antwoorden op die vraag. In Vlaanderen mag je geen afvallige spelen wanneer het over de Ronde gaat. Begrijp me niet verkeerd, ook wij worden warm van de koersen in en rond de Vlaamse Ardennen. Echt uitkijken naar is evenwel weggelegd voor La Primavera, Milaan Sanremo dus. Ook al waren we, wellicht zoals vele andere wielertoeristen, ontgoocheld toen we lang geleden voor het eerst de Poggio bestormden. In de auto weliswaar, anders hadden we het aanvangsuur van onze radio-uitzending nooit behaald. Neen, die Poggio di Sanremo klinkt veel mythischer dan ie daadwerkelijk is. Die muurtjes en bocht-naar-links-boven-op-de-top, lijken grootser op tv dan in het echt. Is dit echt het stukje waar Furlan in 1994 de concurrentie ridiculiseerde? Nou, dan had ie nog meer fruitsap gedronken dan we dachten. Fruitsap, vrij naar Michele Ferrari. U was uiteraard meteen mee, als sport- en wielerliefhebber.

Neen, naar MSR gaan is echt naar de koers gaan. Samen met collega Carl en radiotechnicus André, heb ik dat jarenlang met de auto gedaan. Donderdag via Luxemburg, Basel, de Gotthardtunnel (vaste koffiestop), Lugano en Mendrisio naar Milaan. In regen en onder donkere wolken aan de tunnel beginnen en dan letterlijk ervaren waarvan het gezegde ‘licht aan het einde van de tunnel’ vandaan komt. De zon die je aan de Italiaanse kant verwelkomt en warm begeleidt in de 60 kilometer lange afdaling naar het meer van Lugano. Italië zien is goesting krijgen. Zin in de koers, in het eten, in het zien van die lange benen met perfecte zonnebrillen op de neus. Milaan-Sanremo is logeren in een gewoon hotel aan de rand van de autoweg. In Cambiago, tegenover het fabriekspand van Colnago. Ieder jaar opnieuw brengen we de nu al meer dan tachtigjarige maar oh zo kranige Ernesto een bezoekje. Ook al hebben we zijn museum al zo vaak gezien en hangt de modder op de Roubaixfiets van Ballerini nog steeds op dezelfde plaats. Geschiedenis, uitstraling, de naam, de legende. Dat is Milaan-Sanremo. Op vrijdag doen we onze ronde langs de hotels waar favorieten of belgen logeren. Met aan het einde van de dag toch een cappucino of zes op de teller. Maar altijd in een ontspannen, niet opgefokte manier, zowel bij renners als ploegleiders. Ze stralen de lente als het ware uit, de stress voor de Vlaamse kasseien mag nog even on hold.

Na de start, voor het castello van Milaan, reppen we ons naar Sanremo, 300 kilometer verder en arriveren rond één uur. Veel overschot om onze apparatuur te installeren en informatie te verzamelen voor het begin van de uitzending om twee uur, is er dus niet. Maar het zien van het bord Sanremo maakt de verslaggever alert, de neusflappen gaan plots wijder open om vanuit het opengedraaide autoraam de geur van de Middellandse Zee te ruiken. Het parkeren van de auto naast palmbomen, de goudgele kleur van enkele statige herenhuizen tussen de Via Roma en Lungomare (de weg langs de kust), ja zelfs het zien van die belachelijke fontein (stelt niets voor) vervult ons ieder jaar opnieuw met blijdschap en liefde voor het vak. Toen André Piens, onze technicus, voor het eerst meeging in 2008, had hij tranen in de ogen. ‘Ik ben in Milaan-Sanremo,’ stamelde hij zachtjes, met de nadruk op ben. Er zijn is speciaal. En dat gevoel ervaren we toch minder bij andere wedstrijden. Eerlijk is eerlijk.

Na de wedstrijd rijd je dan weg uit Sanremo, weg uit dat stadje waar Dalida in 1967 Ciao Amore, ciao zong. De steile heuvel op, klimmend naar het ruige hinterland. Draaien en keren op weg naar de oprit van de autoweg. Links naar Monaco en Nice, rechts naar Ventimiglia en Italië. En dan nog één keer achterom kijken, na de ogenschijnlijk vlakke en rustige mare. Het mijmeren begint dan al aan wat net is geweest, de hunkering naar de volgende editie. Ook al heb je dan nog een autorit van 1300 kilometer naar huis voor de boeg. Dat is Milaan Sanremo.

Verschenen in sportamagazine.be

Het slijk der aarde

We wreven onszelf even in de ogen toen de startlijst onder onze neus werd geschoven. 23 eliterenners voor de eerste veldrit van de DVV-trofee in Ronse. U mag het gerust weten: dertig jaar geleden sprong ik een gat in de lucht. Met zo’n deelnemersveld stegen mijn kansen, als niet super getalenteerd jeugdrenner, exponentieel om me in de top-tien te fietsen. Dan scoorde je toch nog 350 frank, als ik me goed herinner, voldoende om een trainingstube te kopen. Voor een koerstube, Vittoria of Clement criterium, moest je toch al in de buurt van het podium komen. En dat gebeurde niet zo vaak, tenzij er maar 11 renners aan de start stonden. Ook meegemaakt.

Ronse dus, 23 vertrekkers, Lars van der Haar verschalkt de grote twee, Mathieu Van der Poel en Wout Van Aert na een leuke en spannende cross. In de interviewtent, best wel gezellig met warm water voor de jongens om zich te wassen, enkele flesjes frisdrank en warme koffie, pols ik de wereldkampioen over zijn kleine aantal tegenstanders. Niet dat het veel aan het wedstrijdverloop zou hebben veranderd, maar het gaat tegenwoordig om de perceptie, toch? Van Aert noemt het gedecimeerde deelnemersveld een profcross onwaardig en roept de organisatoren op om de kleine garnalen ook een vergoeding te geven. Over naar Erwin Vervecken, veldritverantwoordelijke bij Golazo, een van de grote organisatoren uit de wereld van het modderfietsen, zoals Mart Smeets de sport ooit bestempelde. Vervecken, zelf drie keer wereldkampioen,  is duidelijk: de toppers mogen nog meer startgeld vragen want zij zijn de lokkers, zij trekken het publiek naar het veld. Het peloton, jongens uit de zogenoemde tweede en derde rij, vormt een probleem: jarenlang hebben zij heerlijk gesurft op het succes van het product  veldrijden in Vlaanderen. Tot op de dag van vandaag krijgen die crossers procentueel teveel betaald. Geen idee of Vervecken sociologie heeft gestudeerd, maar het matteüseffect lijkt hier van toepassing: de toppers krijgen (nog) meer, de armen minder.

Reacties van renners uit die tweede en derde rij bleven niet uit. De Zwitser Taramarcaz, vorig seizoen gestopt, gooide op twitter dat Golazo de sport aan het kapotmaken is. Gesteund door Dieter Vanthourenhout, die wel nog actief is en daarom zijn hoofd feller boven het maaiveld uitsteekt.

DE oplossing in deze discussie bestaat wellicht niet omdat ook hier de waarheid in het midden ligt. Mensen komen inderdaad naar het veld om Liboton, Nys, Albert en Van Aert te zien. Dat zijn de publiekstrekkers. Maar waarom moet het oude systeem van hoge startgelden koste wat het kost in leven worden gehouden? Volstaan een maandwedde en prijzengeld niet? Wat gebeurt er zonder startgelden? Gaan Van der Poel en Van Aert dan niet meer crossen? Misschien vervroegt dat hun vertrek naar de weg, zou kunnen. En misschien wordt het dan voor de mindere goden financieel niet meer haalbaar. Maar net dat feit zou wel aantonen dat de sport al jaren boven haar stand leeft. Laat ons een kat een kat noemen, het merendeel van de veldritprofs krijgt geen plaats in het wegwielrennen. En zal innerlijk beseffen dat de populariteit van de sport in ons land, correctie, in Vlaanderen, een geschenk uit de hemel is.

Nogmaals, veldrijden is en blijft een winters topproduct: amper één uurtje op zondagmiddag, vrouw tevreden want om vier uur kan je nog samen gaan wandelen of een pannenkoek eten of op bezoek bij oma, de kijkcijfers blijven prima, de terugval van het aantal bezoekers blijkt na het afhaken van Sven Nys relatief mee te vallen. En ach ja, over die internationalisering enzo, misschien hoeft dat allemaal niet en zijn we met z’n allen blij dat we veldrijden in Vlaanderen, zoals de Nederlanders schaatsen, met hier en daar een verloren gekluunde Noor. Lekker knus, beetje navelstaren, zondermeer. Tijdverdrijf ook voor de voetbalsupporters tijdens de winterstop. Lekker dronken in de modder.

Maar van één ding zijn we zeker: als deze sport ooit buiten de oevers van Vlaanderen wil treden, moet ze Olympisch worden. En zo een uitstraling en aantrekkingskracht krijgen voor sporters uit het buitenland. Maar daar begint de volgende discussie: te weinig sneeuw voor de Winterspelen, teveel modder en te fris voor de Zomerspelen. Zondag geven we commentaar vanuit de kuil in Zonhoven. De temperatuur stijgt boven de 20 graden. Wat wil een mens nog meer?

Verschenen in sportamagazine.be

Düsseldorf

‘Schrijf een eigenzinnige voorbeschouwing over de Ronde van Frankrijk’, vroeg de baas (Directeur Beleid voor de vrienden) van Sporta me. Dwars, koppig, lastig, moeilijk, onhandelbaar, weerbarstig: ziedaar enkele synoniemen voor eigenzinnig. Allemaal een tikkeltje pejoratief, toch?! Neen, laat ons positief zijn en onze liefde uitspreken voor dat knotsgekke circus waarin ook wij ons kunstje opvoeren. Voor de niet-volgers: dat kunstje bestaat uit het beschrijven wat er tijdens de Tour gebeurt, op de radio. De eerste week doen we dat met Sven Nys als co-commentator (zijn all-time Tourdebuut!), na de eerste rustdag (veldrijders rijden maar een uur) neemt veteraan Frank Hoste opnieuw plaats. We werken voor de VRT en moeten dus alle doel- en leeftijdsgroepen tevreden houden. Maar goed, we wijken een beetje af en vooraleer dit al te eigenzinnig zou worden, hadden we het graag gehad over de Tour zelf. Froome minder sterk dan voorheen? Kan best. Porte de grote uitdager? Afwachten of ie een traditioneel zwakke dag ondergaat. Contador te oud? Alleszins geen prijs meer gereden in de Tour sinds 2010. Aru en Quintana dan maar? Mij best.

Toevallig hoorde ik enkele dagen geleden op radio1 Het Apekot waarin Vuile Mong en Zijn Vieze Gasten in 1974 iemand bezongen die van het leven wil genieten maar daarin niet slaagt en van de ene job in de andere valt. De ronde van Frankrijk is eigenlijk ook zo’n zottenkot. En dan volgt er een dikke maar. Want ze waren er weer hoor, toen we donderdagmiddag arriveerden bij een zoveelste Grand Départ: de vele blije gezichten, bij renners, bij volgers, medialui, organisatoren. Het is nog vroeg, dat geven we toe. Na drie weken ziet dat rondhossend circus van enkele duizenden mensen er iets minder vrolijk uit. Edoch, de Tour bestaat uit een bende figuren die hier graag is. Mannen en vrouwen die hun job met zoveel liefde en passie uitvoeren dat ze jaarlijks terugkeren naar iets dat dodelijk vermoeiend en stresserend kan zijn. Omdat we het allemaal zo graag doen, meneer.

Düsseldorf, perscentrum, donderdag, twee uur in de namiddag, persconferentie van BMC. Tijdens het voorjaar, nochtans ook een drukke en belangrijke periode, kunnen we gerust een gesprek van vijf minuten voeren met Greg Van Avermaet, no prob. Vandaar mochten we welgeteld 2 vragen stellen. Er staan nog 30 wachtenden achter je. Is dat een probleem, zorgt dat voor frustratie? Welneen, dat is de Tour, het spel van de vlugge en vluchtige quotes vooraf. Even later, wanneer de Australiërs van Orica aan de beurt zijn, komt Jens Keukeleire een minuutje of tien rustig naast ons zitten voor een leuke babbel. Ook dat is de Ronde, een plaats waar het verschil tussen kopmannen en knechten, tussen bazen en dienaars scherp gedefinieerd wordt. So what, zegt Keukeleire, ik ben zo blij om hier te zijn. Dit is de league waarin je wilt spelen, hier horen echte coureurs thuis. Na een verplichte passage in de perszaal (voor de geïnteresseerden, de gratis gadgets worden jaar na jaar zeldzamer, het internet is er pokkeduur), trekken we de Innenstadt van Düsseldorf in voor de rennersparade. Aan de gezellige oever van de Rijn vertrouwen debutanten Dimitri Claeys (Cofidis) en Guillaume Van Keirsbulck ons instant toe hoe blij ze zijn hier te zijn. Geen grammetje vet op de getaande en zichtbare lichaamsdelen, dit zijn atleten in de fleur van hun leven, klaar om te lijden én te pronken. Iedere journalist, debutant of ancien, schakelt hier een tand groter om het beste van zichzelf te geven. De Tour als hoogtepunt.

En toch denk ik al een hele week aan dat ene beeld dat me niet loslaat, na het BK in Antwerpen. Sep Vanmarcke heeft net op 2 centimeter na zijn overwinning van de verlossing gemist en doet ons zijn relaas. Dat hij de afgelopen weken thuis ongenietbaar was door al die tegenslagen. Een meter verder staat zijn vrouw met hun kindje op de arm. Licht vochtige ogen spreken boekdelen maar door de aanwezigheid van de pers verbijt ze haar emoties. Hun emoties. Vreugde en verdriet uitgedrukt in 2 centimeter. Verwerk dat maar even. Sep gaat niet naar de Tour. Sep wil hier niet zijn. Sep zal toewerken naar het WK in Noorwegen om daar zijn iedereen lik op stuk te geven en eindelijk die grote prijs te pakken waarnaar hij al zolang hengelt. Dat ie daarna dan maar een eigenzinnig interview geeft! De Tour zal snel vergeten zijn.

verschenen in Sportamagazine.be

Bergen oh Bergen

Eerst en vooral dit: het contrast met Doha en Qatar kan niet groter zijn! Misschien kleurt dat de gedachten. Maar ik moet iets bekennen: ik ben hier graag. Hier is in Bergen, Noorwegen. Het begon afgelopen dinsdag bij het aanvliegen. Vanuit de lucht ontrolde zich een chaotisch maar prachtig lappendeken van eilandjes, het ene al groener en grilliger dan het andere. Als kasseien van Carrefour de l’Arbre kris kras in zee gedropt.

Brann Bergen, ik zal het nooit vergeten, zorgde in 1997 voor felle discussies op de toenmalige sportredactie van de radio. De Noren hadden de eer om als eerste club ooit radiorechten te vragen voor een Europese wedstrijd tegen een Belgische ploeg. Tegen Cercle Brugge dan nog, voor de eerste ronde  van de Europese bekercompetitie. Jan Wauters zaliger hoorde het zowaar in Keulen donderen! Of de VRT (het woord Sporza werd pas vele jaren later uitgevonden) uiteindelijk betaald heeft, kan ik me niet meer herinneren. Ik was nog niet vast in dienst en moest vooral horen, zien, zwijgen en vooral hard werken. Brann, wat vuur of brand betekent (de Noorse taal is heus niet zo moeilijk), schakelde Cercle uit dankzij ondermeer twee doelpunten van de jonge Tore Andre Flo. Tot begin deze week associeerde ik, de na Oslo grootste stad van Noorwegen, dus alleen met dat financiële verhaal.

Een eerste indruk maakt altijd indruk: kleurrijke gebouwen in het centrum van de stad zorgen voor een fleurig contrast tegen de immer dreigende regenwolken. Bergen staat immers bekend als één van de natste steden van Europa, te verklaren door de inkapseling van zeven omliggende … bergen. Er is een leuke haven met oude, houten vakwerkhuizen (Bryggen, Unescowerelderfgoed) uit de veertiende eeuw, mooie en verzorgde winkels, leuke koffiebars, enfin, de intrede in Bergen gaf me meteen een fijn gevoel.

Als daarenboven het publiek zich ook nog eens superenthousiast opstelt, kan de sfeer van het wereldkampioenschap amper kapot. Zelfs bij de wegwedstrijd van de meisjes-juniores godbetert, staan de Noren, vlaggetje in de hand, op de reclamepanelen aan de finish te kletsen. Race to celebrate, luidt de slagzin. Ook al staat er op elk dak van bijna ieder gebouw een sluipschutter, het kan de pret niet bederven. De Noren vormen, net zoals de Nederlanders, een enorm trots volk. Trots op hun land, hun volk, hun vlag. Wanneer het dunbevolkte land dan eindelijk eens de kans krijgt om een groot evenement te organiseren, zo vernemen we, dan doen ze er alles aan om daarvan een geslaagd feest te maken. Het organiseren van de gezelligste Winterspelen ooit, in Lillehammer 1994 (Johan Olav Koss! Björn Daehlie!) heeft hen daarbij een enorme boost gegeven.

Het behoort hier blijkbaar tot de arbeidscultuur, en het is dus niet ongewoon, om tijdens de werkuren even naar de winkel te gaan of de kinderen van school te halen. Zolang het werk maar gedaan is. Zou dat een reden kunnen zijn voor de ietwat relaxtere staphouding van de mensen in het Noorse straatbeeld? Of moeten we niet naïef zijn en ons realiseren dat wij, opgefokte Vlamingen, net hetzelfde gedrag zouden vertonen mochten ook wij op een gigantische gasbel leven? Soit, van die stugge Noorse houding, te verklaren door het onherbergzame landschap van het land, merken we hier weinig.

Ik ben voor het eerst in Noorwegen, dus het nieuwe speelt misschien een rol. Alhoewel. Bestookt door niets dan positieve commentaren over de stad Kopenhagen trok ik in 2011 met gigantisch hoge verwachtingen naar het WK aldaar. Wat een tegenvaller zeg! Kopenhagen had me niets van haar schoonheid getoond tijdens die troosteloze week vol gure buien eind september. Dat beeld veranderde volledig toen ik vorig jaar een weekend lang in een prachtige najaarszon doorheen de stad fietste en kuierde, cocktails dronk in het meatpacking district, nog steeds met de zon brandend op ons voorhoofd om tot slot in de haven bij een ondergaande herfstzon de laatste Dark ‘n’ Stormy te nuttigen. Mijn vrouw en ik sloten Kopenhagen in onze armen, trokken afgelopen zomer zelfs op vakantie naar het platteland van Denemarken en beleefden met het gezin een topvakantie!

Het heeft geen zin om me af te vragen waarom ik niet eerder heb kennisgemaakt met Skandinavië. Ik ben hier graag. En moet de echte koers van zondag nog beginnen.

Verschenen in sportamagazine.be